Quizmasters als VRT-figuur Ben Crabbé en co zijn dol op zo'n vraagjes: 'Wie heeft er, net als Achiel Buysse en Fiorenzo Magni, drie keer de Ronde van Vlaanderen gewonnen?'. Als kenner gooit u er dan bliksemsnel de naam Eric Leman uit. Helaas voor de ex-renner uit Lendelede, maar sinds 1998 heeft hij zijn scepter als jongste drievoudige Ronde-winnaar moeten doorgeven aan Johan Museeuw. Maar al bij al blijft het een mooi gezelschap en bovendien mag Leman terecht trots zijn op zijn prestaties in Vlaanderens topklassieker. Geen enkele van zijn zeges heeft hij gestolen. Vraag het maar aan Merckx, want onder meer de Kannibaal moest zich drie keer na een bewogen Ronde gewonnen geven tegen de explosieve Leman."
"Nog dagelijks word ik eraan herinnerd", geniet Eric Leman. ""Zolang er niemand aan de finish opdoemt die de Ronde van Vlaanderen viermaal op zak steekt, zal mijn naam steeds met ons wielermonument verbonden blijven." Om daarvan 100% zeker te kunnen zijn, plaatst de West-Vlaming sinds jaar en dag het triomfantelijke 'Winnaar Ronde van Vlaanderen '70,'72 en '73' op zijn commercieel naamkaartje. Want Leman heeft een bedrijfje in hygiënische producten en ondervond na zijn actieve carrière algauw dat zo'n extra 'Ah ja, dié Leman' bij potentiële klanten vlotter de deur opent. Er gaat trouwens geen Ronde voorbij zonder dat perslui hem de dagen voordien en op de wielerhoogdag zelf om zijn mening en pronostieken vragen.
Leman, ondertussen flink kaal en met de onvermijdeijke bril van een vijftiger, herinnert zich nog haarfijn hoe hij zich driemaal naar het ereschavotje katapulteerde. Eerst twee keer op grondgebied Gentbrugge, aan Merelbeke Station, de laatste keer in de gloednieuwe aankomstplaats Meerbeke. "De eerste Ronde-overwinning was echt de mooiste", houdt Leman voet bij stuk. "In 1969 had Merckx het hele wielergild hopeloos belachelijk gemaakt en dus was het in 1970 tijd voor revanche. Het was rotweer. Regen, felle tegenwind en erg koud. In de buurt van Torhout raakten we met zo'n dertig man voorop, waaronder alle favorieten. De kopgroep dunde onderweg verder uit tot er slechts veertien man overbleven. Op acht kilometer van de streep ging Walter Godefroot keihard door. Alhoewel ik het zeer moeilijk had om hem op die laatste strook kasseien bij te benen, ben ik daar tot het uiterste gegaan. Want het seizoen voordien waren we nog ploegmaats bij Flandria, maar Walter wilde het kopmanschap niet meer delen en week na enkele zware gesprekken met bedrijfsbaas Pol Claeys ten slotte uit naar het Italiaanse Salvarani-team. Die rivaliteit van het vorige seizoen bleef in de finale van de Ronde door mijn hoofd spoken.
Samen met Merckx haalden we Godefroot aan de rand van Merelbeke bij. Ik zat echt te sterven op mijn fiets. Toen begon het pas: beiden begrepen dat ze slechts konden winnen door alleen en vooral zonder mij aan de haal te gaan. De ene demarrage volgde de andere op, zodat ik telkens verplicht werd de kloof te dichten. Dat kroop serieus in de benen, maar ik wou absoluut niet buigen. Enkel mijn wilskracht hield me overeind. De laatste meters blijven meter na meter voor eeuwig in mijn geest geprent. Merckx zette in de laatste rechte lijn van ver de eindspurt in. Onverwacht viel hij stil op ongeveer driehonderd meter van het spandoek. Zat hij echt dood of hadden Godefroot en hij een stille afspraak gemaakt om zeker die nieuwkomer van een Leman niet te laten winnen? In ieder geval zat ik veel te vroeg op kop. Moest ik even inhouden? In een fractie van een seconde besloot ik op mijn elan door te gaan en zo sloeg ik ook Godefroot enkele lengten terug. Walter kwam nog sterk opzetten, maar ik kon hem finaal achter mij dwingen. Een echte spurter heeft in zo'n momenten altijd nog een tikkeltje snelheid over."
"Die Leman is 'een echte coureur'"
Met die knappe eerste Ronde-zege snoerde Eric Leman kenners en collega's de mond. Want vooraf had niemand hem tot de favorieten gerekend. "Toch had ik dat jaar al zeven wedstrijden gewonnen en kon ik terugblikken op een behoorlijke Parijs-Nice. Maar niemand verwachtte dat ik ook in zo'n zware klassieker als de Ronde de klus kon klaren. Zelfs mijn ploegmaats bij Mars-Flandria niet. Roger De Vlaeminck bijvoorbeeld, die samen met zijn broer Eric en Jempi Monseré deel uitmaakte van die Ronde-kopgroep van veertien, nam me zeker niet ernstig. Toen hij uit die kopgroep wegsprong, moest ik helaas de ploegtucht respecteren. Maar eerlijk gezegd was ik blij dat Gimondi en Godefroot hem wat later terughaalden. Met Roger heeft het trouwens nooit geklikt. Iets verder ontsnapte Godefroot en de rest is geschiedenis."
Achteraf spaarde Walter Godefroot zijn kritiek op zijn ex-ploegmaat niet. "Godefroot verweet me dat ik door een gesloten overweg opnieuw kans kreeg om aan te sluiten toen ik - nog vóór de wedstrijd losbarstte - hopeloos in een vijfde waaier was verzeild geraakt. En daar heb ik inderdaad geluk gehad. Ik had mijn lesje geleerd en streed de hele dag mee voorin." Godefroot vond het ook nogal flauw dat Leman op weg naar de streep zeurde dat hij helemaal kapot zat. "Tja, ik had toch het recht om wat theater op te voeren. Dat kon toch alleen maar niijn kansen verhogen. Walter had het er wellicht moeilijk mee dat hij geklopt was, en bovendien precies door mij."
Vóór die eerste overwinning in de rij van drie had Leman in de Ronde nog geen potten gebroken. Hij verscheen in '68 aan de start van de topklassieker en verdween roemloos uit de wedstrijd. Een voorval in de Ronde van het jaar daarop overtuigde hem echter dat hij hier ooit een rol van betekenis zou kunnen spelen. "In de buurt van Torhout raakte ik betrokken bij een valpartij. Merckx, Gimondi en Poulidor konden daar direct met vier gezellen een kloof slaan. Rik Van Looy en ik sloegen toen de handen in elkaar en gaven gedurende meer dan veertig kilometer het volle pond in een wilde achtervolging op de ontsnapte tenoren. Maar we bleven permanent op 45 seconden hangen en moesten ons na lang zwoegen gewonnen geven. De grote Van Looy heeft nadien verklaard dat ik 'een echte coureur was'. Je kan je voorstellen wat zoiets betekent voor een groentje van 23 jaar."
Het noodlot en de scheiding van Flandria
Het volgende seizoen sloeg het noodlot ongenadig toe. Een week vóór de Ronde verloor Eric Leman zijn vrouw in een auto-ongeluk. Slechts toen het seizoen al gevorderd was, begon hij weer op dreef te komen. Maar gaandeweg groeide er een kloof tussen hem en werkgever Flandria. "In de Tour van 1971 schreef ik drie ritten op mijn naam. Door mijn explosieve eindrush in de openingsrit naar Bazel bombardeerde ik mezelf zelfs tot de intrinsiek snelste man van mijn generatie. De tijdsopname liet zelfs 11 seconden 41 honderdsten zien op de laatste tweehonderd meter. Maar in de bergen kreeg ik nauwelijks steun van ploegmaten, zelfs niet nadat ik daar enkele keren uitdrukkelijk om verzocht had bij ploegleider Briek Schotte. Mijn prestaties spijsden ondertussen wel de ploegkas, tot grote vreugde van mijn Flandria-collega's. In een kwade bui ben ik dan ingegaan op een voorstel van teamleider Maurice Demuer die me bij Bic wou inlijven. Een impulsieve beslissing die me achteraf niet al te best bevallen is. Een Franse ploeg stemt alles af op de Tour en als Vlaming vond ik niet zo gemakkelijk mijn vaste stek in het team."
1972: En die kat kwam weer
In 1972 behaalde Eric Leman zijn tweede Ronde-overwinning. Sportjournalist Joris Jacobs vanop de eerste rij: "De finale van de Ronde heeft voor de logische schifting tussen de besten en de goeden gezorgd. Dat was echter weer slechts mogelijk omdat 'Landskouter' zijn belofte hield. Deze korte strook pijnigende kassei, die over het eind van het parkoers werd gestrooid, heeft haar 'laatste zending' vervuld." Laatste zending inderdaad, want tot treurnis van de redacteur werden de kasseien van Landskouter na die Ronde uitgebroken en vervangen door een eigentijdser wegdek.
"Precies daar geraakte ik voor de tweede keer die dag lichtjes achterop", bekent Leman. "Om tactische redenen, want mijn Bic-ploegmakker Roger Rosiers voerde er de forcing en kreeg alleen de minder snelle Swerts in het wiel. Dat zat goed, dacht ik, tot ik Dierickx en Verbeeck vooraan zag aansluiten. Ik koos het wiel van Merckx, omdat ik verwachtte dat hij nog liever zou doodvallen dan die andere vier te laten gaan. Een juiste gok, maar de Kannibaal had het uitzonderlijk lastig om de snoodaards te grijpen. Eens we de grote weg weer naderden, wist ik dat het snor zat." Nochtans verliep de spurt op de kasseien in Gentbrugge niet zo vlot voor de spurtbom. "Dat klopt, net toen we de laatste rechte lijn opdraaiden, ging Swerts er vandoor. Ik haalde hem in volle snelheid bij maar dan richtte hij zich op en zo kwam ik alleen op kop. Het was nog ver en de laatste vijftig meter duurden zeer lang." Achteraf was Frans Verbeeck verbolgen omdat Leman vakkundig de deur had dichtgedaan toen hij in een gaatje langsheen de nadar wilde duiken. Eens te meer had Leman zijn sluwheid gedemonstreerd: "Frans liet zich vangen aan de bekende sprinterstruc. Zodra ik hem voelde komen, deed ik de deur dicht zodat hij gas moest terugnemen. Uiteindelijk ging André Dierickx nog met de tweede plaats aan de haal."
"Mijn moeder is op komst"
Geen twee zonder drie, vond de West-Vlaming die ondertussen hertrouwd was en samen met zijn echtgenote een beenhouwerszaak uitbaatte in het landelijke Lendelede. Vóór het seizoen 1973 trok hij de trui met zwart-witte vierkantjes van Peugeot over het hoofd, maar die ploegverhuizing leverde hem aanvankelijk weinig succes op. Tot in de Ronde. Daar bewees hij opnieuw zijn schranderheid. Merckx sloeg de laatste drie uren van de wedstrijd vervaarlijk om zich heen met als doel alleen aan de streep van de nieuwe aankomstplaats Meerbeke te verschijnen. Het draaide anders uit. "Op de Muur viel Verbeeck aan. Merckx, Godefroot en co remonteerden hem. Dubbele pech voor Frans, want even na de martelmuur viel hij plat en verspeelde alle kansen. Ook Godefroot moest van de fiets voor een lekke band. Roger De Vlaeminck, die zat dood en moest de rol 1ossen. Uiteindelijk bleven alleen Merckx, nieuwkomer Freddy Maertens, superknecht Willy De Geest en ik over. Het draaide in de kopgroep lekker rond tot ploegleider Driessens zich kwam moeien en zijn poulain Maertens verhinderde mee te werken. Ook De Geest begon te aarzelen. "Kopman Van Springel is op komst", meldde hij. En bij Maertens luidde het dat Godefroot ieder moment kon terugkomen. Die had nog het lef om te vragen of ik wat kopwerk wou doen. "Ik kan niet", antwoordde ik, "mijn moeder is op komst".
Merckx was nog maar eens de figuur van de dag. Hij sleurde als een wildeman aan de kop van het viertal, terwijl Leman af en toe mee opschoof om ook zijn deel het werk te doen. Op de stenen van Denderwindeke kwam de verwachte uitval van de Molteni-kampioen. "Ik zag sterretjes, maar merkte dat neoprof Maertens en Willy De Geest het nog veel moeilijker hadden. Mijn visie werd bevestigd toen Maertens in volle finale met de moed der wanhoop een demarrage 'zonder snee' plaatste. Alhoewel ik zelf totaal leeggereden was, counterde ik hem en glimlachte zelfs even toen ik hem passeerde. Zo'n klap komt mentaal keihard aan bij iemand die gepakt wordt."
In de eindspurt gaf de West-Vlaming iedereen het nakijken. Alhoewel, met Freddy Maertens had hij het niet onder de markt. De nieuwkomer die slechts in oktober van het vorige jaar zijn eerste profcontract had getekend kwam hem nog fel bedreigen. Leman hield aan de streep slechts enkele meters over. Willem Van Wijnendaele haalde in Sportwereld van maandag 2 april nog eens zijn poëtische pen boven: "Dit is een sprookjesronde geweest. Want als een goeie fee strooide ze gisteren kwistig de rijkste geschenken waarvan elke inrichter droomt, over ons uit. Een koersverloop om een dag lang over na te praten..."
Drie, maar geen vier
Net na zijn derde overwinning voorspelde Leman dat Maertens wel eens de grootste hinderpaal zou kunnen worden op zijn zoektocht naar een vierde Ronde-overwinning. Die absolute triomf is er voor Leman inderdaad niet meer gekomen. In 1974 verschalkte Cees Bal het kransje der favorieten in het zicht van Meerbeke. "Het weer was te mooi om met alle tenoren het verschil te maken. Bovendien was Eddy Merckx niet in beste doen en keken de kanshebbers te veel naar elkaar. De Nederlander kon hiervan profiteren. Het jaar nadien werd het helemaal niks. Onze ploeg 'De Gribaldy' geraakte al vroeg in financiële problemen, zodat er van koersen weinig in huis kwam."
In zijn laatste seizoen drong Leman nog eens door tot de toptien van de Ronde. "De Koppenberg deed zijn intrede in Vlaanderens monument en speelde meteen een rol van betekenis. Roger De Vlaeminck, Freddy Maertens, Walter Planckaert, Francesco Moser en Marc Demeyer waren zowat de enigen die op de ongelijke kasseien overeind bleven en zo konden wegglippen. Zelfs Merckx moest er van de fiets. Met een stevige groep, waarin onder andere Merckx, Vanspringel, Godefroot en ikzelf zaten, fietsten we ons de ziel uit het lijf. Op de Muur was het verschil zelfs gereduceerd tot 45 seconden, maar de koplopers waren zeer sterk en bleven uit onze greep." Het absolute record van vier Ronde-zeges heeft Leman dus nooit gehaald.
Het is vreemd dat men de naam van Eric Leman meestal uitsluitend met de Ronde van Vlaanderen verbindt. Want hij blonk ook in heel wat andere klassiekers uit.In hetzelfde jaar van zijn eerste Ronde-zege (1970) bijvoorbeeld werd hij zowel in Milaan - San Remo als in Parijs - Roubaix derde. Het jaar voordien legde hij in de Waalse Pijl beslag op de derde plaats en in 1974 werd hij tweede in de openingsklassieker Milaan - San Remo. Dat jaar won zijn team MIC-LUDO de Wereldbeker met 100 punten in totaal. Door dat jaar in quasi elke klassieker bij de eerste vijf te eindigen, verzamelde Leman op zijn eentje vierenvijftig punten voor zijn team.
In 1972 behaalde Eric Leman zijn tweede Ronde-overwinning. Sportjournalist Joris Jacobs vanop de eerste rij: "De finale van de Ronde heeft voor de logische schifting tussen de besten en de goeden gezorgd. Dat was echter weer slechts mogelijk omdat 'Landskouter' zijn belofte hield. Deze korte strook pijnigende kassei, die over het eind van het parkoers werd gestrooid, heeft haar 'laatste zending' vervuld." Laatste zending inderdaad, want tot treurnis van de redacteur werden de kasseien van Landskouter na die Ronde uitgebroken en vervangen door een eigentijdser wegdek.
"Precies daar geraakte ik voor de tweede keer die dag lichtjes achterop", bekent Leman. "Om tactische redenen, want mijn Bic-ploegmakker Roger Rosiers voerde er de forcing en kreeg alleen de minder snelle Swerts in het wiel. Dat zat goed, dacht ik, tot ik Dierickx en Verbeeck vooraan zag aansluiten. Ik koos het wiel van Merckx, omdat ik verwachtte dat hij nog liever zou doodvallen dan die andere vier te laten gaan. Een juiste gok, maar de Kannibaal had het uitzonderlijk lastig om de snoodaards te grijpen. Eens we de grote weg weer naderden, wist ik dat het snor zat." Nochtans verliep de spurt op de kasseien in Gentbrugge niet zo vlot voor de spurtbom. "Dat klopt, net toen we de laatste rechte lijn opdraaiden, ging Swerts er vandoor. Ik haalde hem in volle snelheid bij maar dan richtte hij zich op en zo kwam ik alleen op kop. Het was nog ver en de laatste vijftig meter duurden zeer lang." Achteraf was Frans Verbeeck verbolgen omdat Leman vakkundig de deur had dichtgedaan toen hij in een gaatje langsheen de nadar wilde duiken. Eens te meer had Leman zijn sluwheid gedemonstreerd: "Frans liet zich vangen aan de bekende sprinterstruc. Zodra ik hem voelde komen, deed ik de deur dicht zodat hij gas moest terugnemen. Uiteindelijk ging André Dierickx nog met de tweede plaats aan de haal."
"Mijn moeder is op komst"
Geen twee zonder drie, vond de West-Vlaming die ondertussen hertrouwd was en samen met zijn echtgenote een beenhouwerszaak uitbaatte in het landelijke Lendelede. Vóór het seizoen 1973 trok hij de trui met zwart-witte vierkantjes van Peugeot over het hoofd, maar die ploegverhuizing leverde hem aanvankelijk weinig succes op. Tot in de Ronde. Daar bewees hij opnieuw zijn schranderheid. Merckx sloeg de laatste drie uren van de wedstrijd vervaarlijk om zich heen met als doel alleen aan de streep van de nieuwe aankomstplaats Meerbeke te verschijnen. Het draaide anders uit. "Op de Muur viel Verbeeck aan. Merckx, Godefroot en co remonteerden hem. Dubbele pech voor Frans, want even na de martelmuur viel hij plat en verspeelde alle kansen. Ook Godefroot moest van de fiets voor een lekke band. Roger De Vlaeminck, die zat dood en moest de rol 1ossen. Uiteindelijk bleven alleen Merckx, nieuwkomer Freddy Maertens, superknecht Willy De Geest en ik over. Het draaide in de kopgroep lekker rond tot ploegleider Driessens zich kwam moeien en zijn poulain Maertens verhinderde mee te werken. Ook De Geest begon te aarzelen. "Kopman Van Springel is op komst", meldde hij. En bij Maertens luidde het dat Godefroot ieder moment kon terugkomen. Die had nog het lef om te vragen of ik wat kopwerk wou doen. "Ik kan niet", antwoordde ik, "mijn moeder is op komst".
Merckx was nog maar eens de figuur van de dag. Hij sleurde als een wildeman aan de kop van het viertal, terwijl Leman af en toe mee opschoof om ook zijn deel het werk te doen. Op de stenen van Denderwindeke kwam de verwachte uitval van de Molteni-kampioen. "Ik zag sterretjes, maar merkte dat neoprof Maertens en Willy De Geest het nog veel moeilijker hadden. Mijn visie werd bevestigd toen Maertens in volle finale met de moed der wanhoop een demarrage 'zonder snee' plaatste. Alhoewel ik zelf totaal leeggereden was, counterde ik hem en glimlachte zelfs even toen ik hem passeerde. Zo'n klap komt mentaal keihard aan bij iemand die gepakt wordt."
In de eindspurt gaf de West-Vlaming iedereen het nakijken. Alhoewel, met Freddy Maertens had hij het niet onder de markt. De nieuwkomer die slechts in oktober van het vorige jaar zijn eerste profcontract had getekend kwam hem nog fel bedreigen. Leman hield aan de streep slechts enkele meters over. Willem Van Wijnendaele haalde in Sportwereld van maandag 2 april nog eens zijn poëtische pen boven: "Dit is een sprookjesronde geweest. Want als een goeie fee strooide ze gisteren kwistig de rijkste geschenken waarvan elke inrichter droomt, over ons uit. Een koersverloop om een dag lang over na te praten..."
Drie, maar geen vier
Net na zijn derde overwinning voorspelde Leman dat Maertens wel eens de grootste hinderpaal zou kunnen worden op zijn zoektocht naar een vierde Ronde-overwinning. Die absolute triomf is er voor Leman inderdaad niet meer gekomen. In 1974 verschalkte Cees Bal het kransje der favorieten in het zicht van Meerbeke. "Het weer was te mooi om met alle tenoren het verschil te maken. Bovendien was Eddy Merckx niet in beste doen en keken de kanshebbers te veel naar elkaar. De Nederlander kon hiervan profiteren. Het jaar nadien werd het helemaal niks. Onze ploeg 'De Gribaldy' geraakte al vroeg in financiële problemen, zodat er van koersen weinig in huis kwam."
In zijn laatste seizoen drong Leman nog eens door tot de toptien van de Ronde. "De Koppenberg deed zijn intrede in Vlaanderens monument en speelde meteen een rol van betekenis. Roger De Vlaeminck, Freddy Maertens, Walter Planckaert, Francesco Moser en Marc Demeyer waren zowat de enigen die op de ongelijke kasseien overeind bleven en zo konden wegglippen. Zelfs Merckx moest er van de fiets. Met een stevige groep, waarin onder andere Merckx, Vanspringel, Godefroot en ikzelf zaten, fietsten we ons de ziel uit het lijf. Op de Muur was het verschil zelfs gereduceerd tot 45 seconden, maar de koplopers waren zeer sterk en bleven uit onze greep." Het absolute record van vier Ronde-zeges heeft Leman dus nooit gehaald.
Het is vreemd dat men de naam van Eric Leman meestal uitsluitend met de Ronde van Vlaanderen verbindt. Want hij blonk ook in heel wat andere klassiekers uit.In hetzelfde jaar van zijn eerste Ronde-zege (1970) bijvoorbeeld werd hij zowel in Milaan - San Remo als in Parijs - Roubaix derde. Het jaar voordien legde hij in de Waalse Pijl beslag op de derde plaats en in 1974 werd hij tweede in de openingsklassieker Milaan - San Remo. Dat jaar won zijn team MIC-LUDO de Wereldbeker met 100 punten in totaal. Door dat jaar in quasi elke klassieker bij de eerste vijf te eindigen, verzamelde Leman op zijn eentje vierenvijftig punten voor zijn team.

